Bij het plannen van mijn fietsretraîte kreeg ik de neiging om lange lijsten te maken van wat ik in deze maand allemaal zou kunnen, misschien wel moeten fietsen. Immers: wanneer krijg je nou zo'n kans om een maand te leven als een prof. En daarmee je hele 'bucketlist' (heb eigenlijk een hekel aan dat woord) af te werken. Al snel maakte ik een mentale omslag: meer denken in mogelijkheden en de voorwaarden creëren om die opties te kunnen verzilveren (of niet dus).
Eén van de opties die zich nadrukkelijk aandiende was het voltooien van de Cinglé. Nooit geweten wat het letterlijk betekende maar het staat voor: 'gek'. De Cinglé is voor elke Ventouxliefhebber een soort heilige graal. Je beklimt dan de Ventoux drie keer op één dag, elke kant één keer (Bedoin, Malaucène en Sault). Het is een zware uitdaging. Al vaker reed ik de Ventoux van twee kanten op één dag, maar de gedachte om dan nog een derde keer omhoog te gaan liet ik snel gaan. Dat wordt te veel.
Maar goed: in deze vorm en al bijna twee weken goed aan het fietsen: het zou zomaar eens moeten kunnen. En als ik het nú niet zou proberen, wanneer dan wel? Dus ik liet mijn trouwste volgers weten dat ik er zaterdag 13 juni voor zou gaan. Was goed om dat uit te spreken, dan wordt het ook een stuk echter.
Ik had een heel routeplan gemaakt, waardoor ik niet de traditionele volgorde zou doen (zie boven) en ook meer kilo- en hoogtemeters zou maken. Daar stond tegenover dat ik voor de laatste klim bij mijn vakantiewoning zou kunnen uitrusten en fourageren. Want ik kon er desgewenst de hele dag over doen.
De eerste kant was Bedoín. Dé kant, waar iedereen een tijd wil neerzetten (net als bij de marathon wordt dat vaak in één adem genoemd). Het was een drukte van belang. Iedereen wilde de hitte (zou 35 graden worden die dag) vermijden. Hoe deze ging heb ik samengevat in mijn eerste vlogje (dat ik met het thuisfront deelde). NB: de Geert die ik noem is mijn collega die dus het vaak over gekkigheid heeft
Hierna daalde in naar Sault. En wie kwam ik daar tegen? Of beter wie zagen mij? René en Esther waar ik de dag ervoor in Montbrun-les-Bains zo ontspannen had zitten kletsen. Dit keer maakte ik wel een foto met hun instemming. {
@Marcel: dit was de Cliffhanger}

Sault is de 'makkelijke kant' van de Ventoux. Zeg maar de instapvariant voor mensen die deze berg willen beklimmen. Hier gaat het mild omhoog, de uitdaging zit 'm in de lengte. Je bent meer dan 20 km aan het rijden, voor je Chalet Reynard bereikt. Daar kom je samen met de Bedoinkant en rijd je door dat beroemde 'maanlandschap'. Als je vanuit Bedoin komt is Chalet Reynard als een oase in de woestijn: na 10 km aan gemiddeld 10% continu klimmen, mag even de druk van de benen. Vanuit Sault is het andersom: hier wordt de klim wat steiler. Al viel me dit reuze mee, zoals ik in de tweede vlog ook uiteenzette:
Hierna dus dalen naar mijn vakantiewoning en daar dus opladen voor de zwaarste uitdaging van de dag. Deze afdaling is ziedend. Brede wegen, overzichtelijke bochten, prima wegdek.. Hier haal je snelheden waar mensen alleen al bang van worden als ze het horen. Maar ruim 40 jaar daalervaring (zeker op deze weg) maken dat ik heel goed weet wat ik wel en niet kan. En met verse, goed ingereden remblokken voelde ik me totaal safe.
Eenmaal bij het huisje aangekomen heb ik anderhalf uur pauze genomen. De Dauphiné gekeken (Ronde van de Auvergne-Rhône-Alpes is natuurlijk iets wat we weer snel afschaffen), goed gedronken vooral en zelfs een powernapje. Het was ook een gok: als je dan thuis bent lonken het zwembad en een biertje. Je hebt 'm dan toch al twee keer gedaan. Hier verdween de optie: natuurlijk kon ik stoppen, maar dan zou ik heel lang toch wel spijt hebben gehad dat ik niet nóg een keer was gegaan.
Dus: en route, vol goede moed. De eerste kilometers gingen prima, maar na het stuk tussen kilometer 9 en 14 is hels. Als je fris bent nog goed te doen met de juiste versnelling. Maar deze keer dus niet. En daarmee ben ik een paar keer gestopt om te voorkomen dat ik met kramp uitgeput zou raken. Heel verstandig. In de derde vlog zie je wel dat ik er behoorlijk doorheen zit.
Eenmaal na deze vlog ging het fout: tóch kramp. Net als in
Stockholm bij de marathon. Ai, het was nog zes kilometer, hoe zou dat gaan? Door te gaan staan, wat te masseren en even voorzichtig te rekken kwam ik er doorheen. En mijn laatste gelletje gaf de broodnodige boost. En omdat hier alleen de laatste kilometer weer echt steil was ging het voortvarend. Dit zou ik gaan halen. En van gekte was inmiddels geen sprake meer: ik was zo'n beetje de enige fietser die omhoog ging. Gekte was er bij de vele motorrijders die hun PK's hier lieten gelden (en ik snap dat eigenlijk ook wel; je hebt ze niets voor niets aangeschaft).
Op de top euforie. Natuurlijk. Er stonden twee Duitsers op de top die ook de Cinglé hadden gereden. Fijn om dan ook redelijk Duits te kunnen spreken. Logisch: de Achterhoek is praktisch al in Duitsland.
We maakten foto's van elkaar en uiteraard weer een vlog (de laatste). Mijn echtgenote gebeld (nam niet op helaas) en mijn andere trouwe volgers deze dag (zoon, stiefdochter en broer dit vlogje gestuurd.
Boven op de top was verder alles dicht. Een aantal wandelaars en wat autotoeristen, nóg één andere fietser, meer niet. Het voelde een beetje als de
laatste der Mohikanen. En de beloning is dan 21 km dalen naar Malaucène. Weliswaar met wat kramp, dus nog rustiger aan, maar écht rustig kan/hoeft ook niet. De laatste zes (glooiende) kilometers naar het huis voelden als een bonusrit. Dit zit toch maar mooi in the pocket. Cinglé betekent dus 'gek' en dat is het eigenlijk ook wel (al kan het nog veel gekker).
Eenmaal thuis sloeg de vermoeidheid én kramp toe. 175 km en 4900 hoogtemeters doe ik niet dagelijks. Maar dat ik dat nog kon, had ik een jaar geleden niet vermoed. En dat was nou precies de reden om dit plan te maken. Zodat ik deze optie uiteindelijk ook kon verzilveren.
Een dag later reed ik met mijn oude studievriend Peter (ook een nauwgezet volger van mijn fietsretraîte) een herstelrondje. Hij is hier de komende week met een paar vrienden en hoe leuk was het dat we één dag overlap hadden. We hebben heerlijk bijgepraat, uitgebreid geluncht in Malaucène en relatief rustig gepeddeld op de fiets. En mooie afsluiting ook van mijn periode hier. De volgende etappe is Barcelonnette, in de Zuidelijke Franse Alpen. Ander landschap, waarschijnlijk ook ander weer. En weer nieuwe ervaringen.

Ik ben na 40 jaar nog steeds trots op 1 beklimming van de Ventoux langs de makkelijkste kant. Wel met volle kampeerbepakking 😉
BeantwoordenVerwijderenKortom, van mij mag je (dacht ik ‘’moet”? 😱) nu een decennium rustig aan doen. Ina
@ina Respect hoor; ook die kant is dan pittig
VerwijderenEr is nog zo’n col in de buurt van Bedoin. Ken je die? Je zit daar aardig in de buurt.
BeantwoordenVerwijderen@ini Als je de Mont de Lure bedoelt? Ja, die heb ik op-af-op-af gereden met mijn broer. Je kent hem wel
VerwijderenNee, ik bedoel die andere col, een militaire weg tussen Embrun en Barcelonette
VerwijderenJa, die ken ik ook inderdaad. En ik ben in de buurt. Maar de weg is kennelijk zó slecht dat het met een gravelbike niet te doen is
VerwijderenMooi verslag en prachtige beelden van deze topprestatie en persoonlijke overwinning. Gefeliciteerd!
BeantwoordenVerwijderenGroeten, Ingrid
Geweldig! Respect man! Heel tof om te lezen en je te horen. No one said it was easy…..
BeantwoordenVerwijderenEn ook leuk om je verhaal van Stockholm te lezen (staat ook nog op mijn lijstje 😉)