Om te janken zo mooi
Maarten van Roozendaal schreef een lied met deze titel. Daarin bezingt hij op lyrische wijze de staat van de natuur in lente. Eenzelfde gevoel had ik vandaag, toen ik het beroemde rondje over de Col Allos, de Col de Champs en de Col de la Cayolle reed. Een afstand van 125 km met ruim 3300 hoogtemeters. Ok, de Cinglé was langer en meer hoogtemeters, maar deze was qua landschap een stuk fraaier. Sorry Ventoux.
Ik had vanochtend enige 'urgentie' om te vertrekken. Er was onweer voorspeld tegen het eind van de middag en dan wil je niet in het hooggebergte zijn. Even na 8.00 uur zat ik dan ook op de fiets. Dit rondje is een klassieker voor de mensen die in Barcelonnette verblijven en zelf had ik 'm al twee keer gefietst. Zij het in de omgekeerde volgorde. In 1992 kwamen we op de Champs in noodweer terecht en in 2013 was een legendarische tocht om andere redenen. Dit keer zou ik dus tegen de klok in fietsen.
De eerste col was al geweldig. De Allos loopt regelmatig met 6-7% omhoog. Weg was rustig en het was ook niet te warm. Ik passeerde een paar Nederlanders en werd vlak voor de top zelf ingehaald. Die bleken tot dezelfde groep te horen als die ik gisteren op de Vars zag. Ik maakte even een praatje en even later komt een groepslid aangereden die me hartelijk begroette. Dat was Koos, waarmee ik hier in 2013 was. Grappig om elkaar dan hier te treffen. Ik kreeg een colaatje en besloot daarna alvast te gaan dalen. Fijne eerste stap dus; jammer dat ik een bidon heb achtergelaten op de Allos.
In de afdaling een korte koffiestop en toch maar een fles water als tweede bidon gekocht voor de tweede col. Dat was de Champs. Deze klim was totaal anders: niet het dal volgend zoals de Allos (en de Cayolle later) maar in een fors aantal lekker lopende haarspeldbochten tegen de helling op. Ook hier haalde in wat Nederlanders bij. De groep van Koos stond iets verder dan de col zelf en die heb ik snel gedag gezegd. Zou ze pas in Barcelonnette (min of meer toevallig) weer terugzien.
Het uitzicht op de Champs was fenomenaal en ontroerde me oprecht. Zoveel natuurschoon; gevormd door miljoenen jaren van stuwing en erosie. Mijn geografenhart blijkt elke keer weer geraakt te kunnen worden. Intussen was het weer een stevige afdaling naar St-Martin-d'Entraunes. Daar vond ik een schattig restaurant met een jonge serveerster die haar ongelofelijke best deed, maar het niet echt aankon. Soit: ik besloot hier in vakantiemodus te komen en het mogelijke onweer maar voor lief te nemen. Ik raakte hier ook aan de praat met de Nederlanders die ik op de Champs had ingehaald. Als ik dan over mijn fietsretraîte vertel gaan wat oogjes glimmen.
Wat een tocht weer en wat een voorrecht om zo te mogen fietsen.


Reacties
Een reactie posten