Partir: c'est mourir un peu
Dat zei ik gisteren tegen de eigenaren (Diego en Christine) van Le Soleil des Cevennes, toen ik op het punt stond te vertrekken. Met al mijn spullen (weliswaar in dozen, maar toch wel uitgepakt), was ik meer dan uur bezig geweest om de auto in te laden. Het was heel raar om weg te gaan. Ik voelde dat het goed was om weer iets nieuws te gaan doen (zo had ik het ook bedacht natuurlijk) en dat langer blijven hier toch ook een beetje meer van hetzelfde zou worden. En dat was het dubbele: hier was ik in een rustige modus gekomen, waardoor ruimte kwam voor reflectie en de dagen zich in een mooi ritme ontvouwden.
Diego antwoorde dat zij die uitdrukking niet kennen, maar wel dat aan alle goede dingen een eind komt (maar dan in het Frans). En zo is het ook. Desondanks reed ik met een zwaar gemoed over de Col d'Uglas naar Alès (met de auto dus) en eenmaal op weg naar de Provence lonkt er dan weer een nieuw perspectief.
De dag ervoor was de Koninginnerit. Wederom zou ik de Aigoual beklimmmen, maar nu vanaf de zwaarst mogelijke kant. Via de col de Lusette wat -als ik de verhalen mocht geloven- een joekel van een klim is. Eenmaal op weg kreeg ik een seintje dat de accu van mijn derailleur leeg was. Huh, die had ik toch net gecontroleerd? Enfin: het zijn de nadelen van elektrisch schakelen. En het voordeel van mijn SRAM-systeem is dat je de accu's van voor- en achterderailleur kunt wisselen. Zo zou het moeten lukken; niet te veel schakelen dus.
Na een korte koffiestop in Le Vigan, waar ik ooit mijn mijn eerste echtgenote op fietsvakantie was, kon ik aan de klim beginnen. Een slap begint, met een stukje dalen maar na Montagout ging het los. Fijn dat er paaltjes met gemiddelden stonden, maar een gemiddelde zegt niks als de standaarddeviatie hoog is. Dat werd al afziend een concept-blogje (die komt dus nog). Uiteindelijk haalde ik de top, met twee keer stoppen weliswaar, maar dat moest Hinault ook toen de Midi Libre hier langskwam (ach, die mooie koersnamen, die verdwijnen steeds meer..). En had ik toch maar mooi percentages van 15-18% overleefd.
Toen ik ging bijtanken, net onder de top van de Aigoual, schrok ik pas echt. En nu van mijn achterband. Totaal versleten. En dat terwijl ik twee dagen ervoor nog niks had gemerkt. De vele steentjes en het frequente remmen (ik daal nog voorzichtiger dan anders) hadden zijn sporen nagelaten. Licht gestresst wijzigde ik mijn route in de hoop dat er geen lekke- of erger nog klapband zou komen. De goden waren me gunstig gezind gelukkig en ik kon het huis veilig bereiken.
En zo eindigde het eerste gedeelte van mijn fietsretraîte (misschien moet ik het zo maar gaan noemen). Zoals ik al schreef: in de Cevennen ben ik een rustige modus gekomen. Zou ik daar kunnen wonen? Het oogt natuurlijk geweldig allemaal en vele Nederlanders hebben die stap ook gemaakt. Voor mij ligt die niet voor de hand, maar mijn hart hebben ze wel gestolen.


Oei, gelukkig op tijd gezien dat die band toch wel erg versleten is! En herkenbaar: ik kijk ook altijd verlekkerd in de etalage van de makelaar 😉 groet Viola
BeantwoordenVerwijderen