Geland in de Cevennen

 

De eerste dagen van mijn verblijf in de Cevennen zijn voorbij gevlogen. Ik had dit gebied om een aantal redenen uitgekozen om de reis te beginnen. Eén daarvan was, naast dat het een prachtig landschap is, dat het qua fietsen eigenlijk perfect voor de opbouw is. De beklimmingen zijn niet al te lang, al te steil en de wegendichtheid is groot (wordt in de Alpen wel anders). Dat maakt dat je vele rondjes kunt maken van verschillende lengte. 

Enfin: bij aankomst zondag werd ik verwelkomd door Diego en Christine, de eigenaars/bewoners van het complexje. De gîte was nog niet klaar, dus kletsten Diego en ik nog wat. Dat ging behoorlijk goed zoals ik al schreef. Na een instructie van Christine kon ik me installeren. Ik blijf hier maar liefst negen nachten. Dus alle dozen en tassen uit de auto en de boel ingeruimd. En meteen een eerste rondje fietsen maar. Na een paar dagen stilzitten wilden de benen ook wel weer iets anders. 

Het werd een rondje Anduze - Mialet met een uitstapje naar de col d'Uglas. Dat wordt nog een verhaal apart, maar deze klim reed ik best voluit. De afdaling was link: veel grind, ook in de bochten, dus rustig aan. En omdat ik nog eten van huis had meegenomen (als extra koelelement) kon ik snel aanschuiven voor de maaltijd. 

De eerste nacht is dan altijd wat onwennig. Nieuwe omgeving en daarbij was het nog behoorlijk warm. Vanaf dinsdag zou het koeler worden. Maar hé: als je hierheen wil, moet je ook niet piepen als het 35 graden wordt. Op maandag maakte ik mijn eerste lange tocht. Mooi is dan dat de abstractie van een wegenkaart (Michelin uiteraard) en en routeplanner (Komoot) overgaat in de fysieke werkelijkheid. Sommige dunne witte lijntjes blijken verrassend brede wegen en wat doorgaande wegen lijken zijn in de werkelijkheid een stuk lastiger te rijden. 


Hoe dan ook: het was prachtig. De hitte viel tot het laatste uur nog wel mee. En mijn voornemen om mijn bidon te vullen werd omgezet in een langere pauze in een aardig restaurant met een zeer vriendelijke mevrouw die mijn salade burrata geheel vegetarisch wist te maken. Eenmaal thuis pakte ik nog wat rust en deed daarna boodschappen. Eigenlijk is je bezoek aan Frankrijk pas compleet als je bij de Intermarché bent geweest. Dát kan ik ook al afvinken.

De derde dag werd regen en onweer voorspeld. Dus bescheiden fietsplannen. en omdat ik al om 6.00 uur klaarwakker was ben ik naar St Jean du Gard gelopen (2,5 km ongeveer). Daar een bakkertje gevonden en wat rondgelopen. Er was markt en dus redelijk levendig allemaal. Het is allemaal wat je van zo'n dorp in een toeristische streek mag verwachten. Er zijn hier veel wandelaars die de GR70 (Chemin Stevenson) lopen. Die lopen de route na die die schrijver van onder andere Jekyll and mr Hyde ooit met een ezeltje heeft gelopen. 

De ochtend besteedde ik vervolgens aan het bijwerken van dit blog. Inderdaad kwam rond het middaguur het onweer en dat deed wonderen voor het leefklimaat. En toen het met een bleek zonnetje weer wat opklaarde reed ik nog een fijn rondje van 43,43 km. Zo had ik het van tevoren bedacht: beetje schrijven, lekker fietsen, bakkertje opzoeken. De avond belde ik met het thuisfront en begon ik maar weer eens in De Renner van Tim Krabbé. Die is onlosmakelijk verbonden met het fietsen in de Cevennen (of andersom, het is maar hoe je het ziet).

De vierde dag stond in het teken van de rit naar de Mont Aigoual. Dat is het hoogste punt hier in de streek. De klim was eindeloos lang. Na 25 km vals plat, ook nog eens 27 km klimmen. Nooit echt steil en redelijk ontspannen te rijden, maar wel een goede oefening voor het langere klimwerk straks in het hooggebergte. Ik had weliswaar een windstoppertje mee, maar was vergeten dat 1000 meter hoger de temperatuur ook een stuk lager is. Er stond een forse wind, die het ook minder aangenaam maakte. En toen het ook nog leek te gaan regenen (lees: in de wolken rijden) begon ik 'm te knijpen. Uiteindelijk viel het allemaal mee. Een goede pauze (met koffie en taart) was verdiend. En het uitzicht fenomenaal, want ik had de zon met me meegenomen:


Je kon zelfs de Mont Ventoux zien liggen, maar dat krijg je nooit op de foto. De afdaling was nogal lang, bijna 30 km over een zeer brede, doch rustige weg. Dat mijn handen koud waren geworden (een kwaaltje van de laatste jaren helaas) maakte dat ik extra voorzichtig reed, maar dit is wel een prima afdaling om het vak te leren. Via een fijn colletje, zoals er zoveel hier liggen weer naar huis. De avond op een Franse zender (chaîne L'Équipe) Nederland-Algerije gekeken. Althans, half, want het voetbal/WK interesseert me maar matig merk ik. 

Zo dat waren de eerste dagen. Ik ben voor mijn gevoel geland in de junimaand. 



Reacties

  1. Het klinkt allemaal als een goede start van je grote fietsplan. Het fenomenale uitzicht is een mooie eerste beloning van alle voorbereidingen. Op naar meer van dit alles! Groeten, Ingrid

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank je Ingrid. Er zullen nog meer vergezichten komen, maar deze zijn alvast in de pocket

    BeantwoordenVerwijderen
  3. ik rijd met je mee, OK? (en die koude handen, is dat neuropathie? "shake hands" zou ik dan zeggen

    BeantwoordenVerwijderen
  4. @doesbransd ik vrees van wel; ook mijn zoon heeft er last van

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Het Plan

Uglas

Sabbatical; het hoe en waarom